'Gewone beuk', welke van zaad wordt gekweekt, vormt een recht opschietende stam met een brede en zeer dichte kroon. Bladknoppen zeer spits en afstaand. De donkergroene bladeren verkleuren geel in de herfst, langaanhoudend. De beukenootjes zitten in een 4-delig omhulsel.(5)
De beuk wordt hetzij als bos- of laanboom, hetzij in groepen of alleenstaand aangeplant. Voor het vormen van hoge hagen is de beuk zeer goed bruikbaar, daar deze het jaarlijks zomersnoeien goed kan verdragen. Zij vragen een open en vruchtbare, goede doorwortelbare bodem.